« + »

Herfstthema: Dementie

Wil je meer weten over dementie? In het herfstnummer van onze nieuwsbrief hebben we een volledig artikel hierover gepubliceerd. Wil je meer weten, klik dan verder...

Dementie is een verzamelnaam voor een groep aandoeningen waarbij meerdere stoornissen in het cognitieve functioneren samen optreden. Cognitieve functies zijn onder meer: het geheugen, het leervermogen, het taalgebruik en het kunnen begrijpen en uitvoeren van complexe en dagelijkse handelingen. Doorgaans is dementie chronisch en progressief van karakter. Geheugenverlies staat meestal op de voorgrond, maar dat is niet bij alle vormen zo. De stemming, persoonlijkheid en het gedrag kunnen ook veranderen. 

Welke symptomen er precies optreden wordt bepaald door de aard, lokalisatie en ernst van de afwijkingen in de hersenen. De stoornissen hangen dus af van de oorzaak van de dementie. Er zijn veel verschillende oorzaken van dementie, maar de meest voorkomende zijn de ziekte van Alzheimer, fronto- temporale dementie, vasculaire dementie en dementie bij de ziekte van Parkinson. Er wordt pas van dementie gesproken als de stoornissen in het denken, de stemming en het gedrag zo ernstig zijn, dat iemand wordt beperkt in zijn algemeen dagelijks functioneren. 

We onderscheiden onder meer volgende vormen: 

  • Ziekte van Alzheimer (bij de helft tot drie kwart van de personen met dementie): de zenuwcellen van de hersenen sterven geleidelijk af. De oorzaak is de opeenstapeling van het eiwit amyloïd tussen de zenuwcellen. Naast die zogenaamde seniele plakken ontstaan er ook afwijkingen in de zenuwcellen zelf, die bestaan uit kluwens van eiwitten van het skelet van de cel. De eerste tekenen doen zich gemiddeld voor rond 65 jaar. 

  • Fronto-temporale dementie: een verzamelnaam voor verschillende vormen. Bij één groep zijn er vooral taalproblemen, een andere subgroep vertoont voornamelijk gedragsstoornissen. 
  • Vasculaire dementie: een relatief frequente vorm die het gevolg is van een gebrekkige doorbloeding. Het gaat om patiënten die bijvoorbeeld werden gereanimeerd na een hartstilstand of die een beroerte (herseninfarct) doormaakten. 
  • Diffuse Lewy Body Disease (DLBD): een ziekte die het midden houdt tussen de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Parkinson. 
  • Minder voorkomende vormen van dementie – Chorea van Huntington – De ziekte van Creutzfeldt-Jakob – Alcohol-dementie 

Eerste verschijnselen van dementie: het niet-pluis gevoel 

De eerste verschijnselen van dementie verschillen per persoon en per type van de aandoening. Meestal kaart de partner of een familielid het zogenaamde ‘niet-pluisgevoel’ aan. Aanleiding zijn vaak subtiele maar terugkerende geheugenklachten, gedragsproblemen en veranderingen in karakter. 

Extra inspanning 

De eerste verschijnselen van dementie zijn meestal subtiele gedragsveranderingen. Alles waar iemand het hoofd bij moet houden, kost een persoon met dementie extra inspanning: een televisie-uitzending, een gesprek volgen, plannen maken, dingen op een rijtje zetten, administratie bijhouden, problemen oplossen en beslissingen nemen. 

Iemand met dementie krijgt bijvoorbeeld moeite met: 

• zich iets herinneren wat kort geleden is gebeurd; 
• zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden; 
• zich oriënteren; 
• het juiste woord vinden; 
• nieuwe dingen leren; 
• zijn emoties onder controle houden; 
• beslissingen nemen; 
• rekenen en met geld omgaan. 

 

Geleidelijke veranderingen 

Deze veranderingen doen zich niet van de ene dag op de andere voor. Bij de ziekte van Alzheimer treden de eerste verschijnselen meestal geleidelijk op. Bij vasculaire dementie zijn deze veranderingen vaak abrupter. Bekijk de belangrijkste tekenen die kunnen wijzen op dementie. De verschijnselen van dementie worden vaak duidelijker naarmate de dementie vordert. Beetje bij beetje verslechtert het verstandelijk functioneren. In de loop van de aandoening treden er veranderingen in het gedrag en karakter op en later ook op lichamelijk gebied, zoals incontinentie en gewichtsafname. De eerste verschijnselen van fronto- temporale dementie zijn afhankelijk van de plaats in de hersenen die het eerst wordt aangetast. Geheugenproblemen – kenmerkend voor andere vormen van dementie – treden bij de meeste mensen met fronto- temporale dementie pas later op. Meestal staan veranderingen in gedrag, persoonlijkheid en spraak op de voorgrond. 

 

Erfelijkheid 

In sommige families komt dementie op latere leeftijd veel voor. Toch blijkt uit onderzoek dat toeval hier een grote rol speelt. Als een van je ouders op latere leeftijd dementie heeft gekregen, heb je zelf maar een paar procent extra risico op de ziekte. Dat er toch families zijn waar dementie relatief veel voorkomt, komt feitelijk omdat iedereen al een groot risico op dementie heeft. Een op de vijf mensen krijgt in zijn leven dementie. Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans op dementie. Ouderdom is dus de meest bepalende factor. De meeste ziektes die tot dementie leiden, hebben ook een autosomaal dominant erfelijke variant. Dit betekent dat elk kind van de persoon met deze variant van dementie 1 kans op 2 heeft om zelf ziek te worden. Meestal is deze erfelijke variant zeer zeldzaam, ook bij de ziekte van Alzheimer. 8 

Bij jongdementie (waarbij de dementie optreedt voor de leeftijd van 65 jaar) is de kans dat het om een erfelijke variant gaat groter. De ziekte van Huntington is steeds autosomaal dominant overgeërfd. Bij deze vorm van overerving kan een fout in één gen aanleiding geven tot de vorming van een abnormaal eiwit dat de functie van de cel verstoort. Bij de dominant erfelijke variant van de ziekte van Alzheimer betreft het genen op de chromosomen 1, 14 en 21. Bij fronto- temporale dementie en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob gaat het respectievelijk om de chromosomen 17 en 20. Indien dementie vaker voorkomt in een familie, dan is het aan te bevelen dit met de huisarts te bespreken. Wanneer die duidelijke aanwijzingen vindt dat de dementie zo mogelijk een erfelijke oorzaak heeft, kan hij doorverwijzen naar een centrum voor menselijke erfelijkheid. 

Erfelijkheidsonderzoek in de praktijk 

Het is voor een arts niet altijd makkelijk om te bepalen of het gaat om een erfelijke vorm van dementie. Het is belangrijk dat de diagnose van dementie op jonge leeftijd vastgesteld is in de familie zodat stamboomonderzoek gedaan kan worden. Zo kan er in kaart gebracht worden of er meerdere individuen in verschillende generaties in één familie aangetast zijn. Omdat eenzelfde gendefect zich niet bij iedereen hetzelfde zal uiten, wordt er ook gekeken naar andere tekenen van neurodegeneratie zoals spraakstoornissen, persoonlijkheidsveranderingen of spierzwakte. Het kan ook zo zijn dat dragers in de familie al overlijden voordat de dementie zich kon manifesteren waardoor het familiale karakter niet altijd meteen duidelijk is. Het is verstandig om naar een genetisch centrum te gaan als drie of meer personen in één familie de ziekte van Alzheimer of een verwante aandoening hebben of als iemand op uitzonderlijk vroege leeftijd een vorm van dementie ontwikkelt. Als er dan een erfelijk defect wordt gevonden, kunnen ook gezonde familieleden getest worden om te kijken of zij ook een verhoogd risico lopen om de aandoening te ontwikkelen. Wanneer iemand nog geen symptomen van een aandoening vertoont, spreken we van een presymptomatische of predictieve genetische test. Door middel van bloedafname kan een DNA-onderzoek worden verricht. Op die manier wordt de aanwezigheid van het oorzakelijke gendefect opgespoord. Het onderzoek kan een aantal maanden in beslag nemen afhankelijk van het aantal genen dat nagekeken moet worden en de complexiteit van het onderzoek. Een aantal gesprekken met een klinisch geneticus en een psycholoog behoren ook tot de testprocedure, hierbij wordt nagegaan wat de redenen zijn voor het aanvragen van de test. 9 

De belangrijkste cijfers op een rijtje 

  • Elke 4 seconden krijgt iemand ergens ter wereld dementie.
  • Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is dementie prioriteit nummer 1.
  • De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer (ca. 70%).
  • In Vlaanderen hebben naar schatting 131.800 mensen dementie.
  • Voor heel België is het aantal ca. 202.000. • Het aantal mensen met jongdementie (-65 jaar) schatten we in Vlaanderen op 5.461, waarvan er maar zo’n 1.800 een formele diagnose kregen. 
  • De kans is 1 op 5 dat iemand in zijn leven dementie krijgt.
  • Leeftijd is de belangrijkste risicofactor voor dementie. De kans op dementie neemt sterk toe met de leeftijd: – Ruim 10% van de mensen boven de 65 jaar heeft dementie. – Ruim 20% van de mensen boven de 80 jaar heeft dementie. – Ruim 40% van de mensen boven de 90 jaar heeft dementie
  • Het aantal mensen met dementie zal als gevolg van de vergrijzing tegen 2060 verdubbeld zijn!
  • Er is een gat van ongeveer 1 jaar tussen de eerste symptomen van dementie en het melden ervan aan een vriend of de eigen partner. • Pas 2 tot 3 jaar na de eerste tekenen wordt de diagnose gesteld door een arts. Bij jongdementie duurt dit nog eens dubbel zo lang.
  • Dementie treft ongeveer 3 keer zoveel betrokken personen (naasten die voor de zorg instaan en professionele hulpverleners) als het aantal mensen met dementie zelf.
  • 70% van de mensen met dementie woont thuis en wordt verzorgd door hun naaste familie en/of omgeving.